Bewaarplicht en wissen

Op 21 februari heeft Minister Bruins de Kamer geïnformeerd middels een nota die betrekking heeft op een voorstel tot wetswijziging. Als deze wordt aangenomen zal hij van invloed zijn op de bewaarplicht. In de nota gaat hij in op Kamervragen. In de aanhef van de nota wordt het beoogde doel van de wetswijziging beschreven: verbetering van patiëntgerichte zorg. Naast het voornemen tot het opnemen van een wettelijke regeling voor het inzagerecht in het medisch dossier van een overleden patiënt, wordt uitvoerig ingegaan op het recht van de betrokkene om de gegevens te laten vernietigen en de (duur van de) bewaarplicht van dossier- en logging gegevens.

Actualisering bewaarregeling.
Bruins licht toe waarom in het wetsvoorstel de 15 jaar in 20 jaar wordt gewijzigd en waarom wordt afgeweken van het advies uit 2004 van de Gezondheidsraad om de termijn op 30 jaar te stellen. Hij gaat in op vragen m.b.t. het al dan niet (kunnen) honoreren van een verzoek tot vernietiging van de gegevens en berichten dat het technisch niet altijd mogelijk zou zijn om gegevens te vernietigen. Ook reageert hij  op vragen over de (overdracht van) de bewaarplicht en geeft hij inzicht in de argumenten om de bewaartermijn van logging gegevens op 5 jaar te stellen. 

Technisch onmogelijk? Verwerkingsverantwoordelijke is en blijft verantwoordelijk
In reactie op een verwijzing naar een opmerking van de KNMG dat “het in elektronische patiëntendossiers soms technisch niet mogelijk is om gegevens te vernietigen en een vraag naar de borging van de rechten van een patiënt antwoordt Bruins:
De hulpverlener heeft de verantwoordelijkheid om het medisch dossier zo in te richten dat deze kan voldoen aan de wettelijke vereisten. Dat geldt ook voor een digitaal bijgehouden dossier. Het moet dus in een elektronisch dossier mogelijk zijn om de daarin opgenomen gegevens te vernietigen. 

Wissen gegevens
Verder stelt Bruins dat het wetsvoorstel niet zal leiden tot veranderingen m.b.t. het huidige WGBO Artikel 7:455, tweede lid, BW. Dit artikel bepaalt dat de zorgverlener niet aan een verzoek om vernietiging behoeft te voldoen als hij redelijkerwijs aannemelijk kan maken, dat verdere bewaring van de gegevens van aanmerkelijk belang kan zijn voor een ander dan de patiënt. Over de wijze waarop dat zou kunnen verwijst hij naar de KNMG richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’. 

Van de situatie, dat het belang van een ander groter is dan het belang dat de patiënt zelf heeft bij de vernietiging, kan bijvoorbeeld sprake zijn als het het belang betreft van

  • de hulpverlener zelf (voorbeeld: patiënt heeft een gerechtelijke procedure tegen de hulpverlener aangespannen), 
  • een familielid van de patiënt (voorbeeld: er is sprake van een erfelijke ziekte). 

In de KNMG richtlijn staan meer voorbeelden. 

Ontstaat een conflict, dan heeft een patiënt meerdere opties. Hij/zij kan gebruik maken van 

  • AVG Hoofdstuk VIII: artikel 77 (klacht indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens). 
  • Uitvoeringswet AVG Hoofdstuk 3: artikel 35  (via civiele procedure wordt de rechtbank gevraagd het verzoek tot het wissen van de persoonsgegevens alsnog toe te wijzen)
  • Wkkgz Hoofdstuk 1: artikel 14 (klacht indienen bij de klachtenfunctionaris van de zorgaanbieder over een gedraging jegens een cliënt in het kader van de zorgverlening. Eventueel kan de klacht dan leiden tot geschillenbeslechting door een onafhankelijke geschilleninstantie)